Van toen tot nu

Ik heb PDD-NOS, ofwel een vorm van het autisme spectrum stoornis (ASS). Voor mij is de diagnose niet bepaald nieuw, mijn diagnose kreeg ik toen ik 3 jaar oud was.

Vanaf het moment dat ik de diagnose heb, heb ik op mijn reguliere basisschool heel erg veel ambulante begeleiding gehad. Deze begeleiding krijg je natuurlijk niet zomaar. Om even een beeld te geven hoe ik was als kind: Ik was druk, altijd aanwezig, onhandig, brutaal, motorisch lichtelijk gestoord en ik kon prikkels om mij heen moeilijk filteren waardoor ik regelmatig ontzettend boos werd. Ik kon zo nu en dan oprecht een ongelofelijke kreng zijn, naar iedereen in mijn omgeving. Nee, ik was niet altijd een ‘lieverdje.’ Verder had ik behoefte aan structuur en had ik een hekel aan (plotselinge) veranderingen. Wanneer er iets niet ging zoals ik het in mijn hoofd had gepland, werd ik woest. Het was al vrij snel duidelijk dat dit niet zo door kon gaan, ik had hulp nodig. Vanaf groep 2 tot en met groep 8 kreeg ik meerdere uren per week ambulante begeleiding. Ik  leerde van alles over emoties en non-verbale communicatie, leerde samenwerken, maakte aanpakplannen, ook deden we zo nu en dan spelletjes en ga zo maar door. Ik leerde dus simpelweg alles wat met ontwikkeling te maken had. Wat de meeste mensen in feiten al kunnen of automatisch aanleren, kon ik simpelweg niet. Ik snapte emoties gewoon niet. Als iemand huilde, kon ik in de lach schieten. Als iemand moest lachen kon ik boos worden omdat ik simpelweg niet begreep waarom diegene aan het lachen was. Je snapt nu natuurlijk wel dat dit regelmatig zorgde voor een grote miscommunicatie en dat dit erg lastig was niet alleen voor mijzelf, maar ook voor mijn omgeving. Ik leefde eigenlijk in een wereld, waar ik eigenlijk niet in thuis hoorde.

Mijn ontwikkelingsproces ging natuurlijk heel erg langzaam en vaak was het een geval van 1 stap vooruit, soms letterlijk 3 stappen achteruit. Toch ontwikkelde ik mijzelf langzaam maar zeker steeds beter.

Eenmaal ik 11 was en in groep 8 zat, moest ik naar nieuwe scholen kijken. Tot mijn grote vreugde werd ik aangenomen op Het Stedelijk, een reguliere middelbare school en hoefde ik ‘gelukkig’ niet naar het speciaal voortgezet onderwijs. Wonder boven wonder ging het hier eigenlijk heel erg goed, vergeleken met mijn jaren op de basisschool. Ineens kon ik wel luisteren, had ik geen grote mond meer, en was ik ook niet meer zo aanwezig, sterker nog, ik werd een ingetogen persoon. Ik vond het in het begin moeilijk om uit mijn comfortzone te komen. Toch ging het al met al heel erg goed en vond school het niet nodig om door te gaan met begeleiding. Ik werd namelijk in klas 1 geobserveerd, maar ze konden niet echt duidelijke aanwijzingen vinden waarom ik nou daadwerkelijk hulp nodig had. Hier was ik natuurlijk heel erg blij mee, want dat was voor mij het teken dat ik als ‘normaal’ functioneerde.

Ik begon in mavo/havo 1, ging vervolgens naar mavo 2, stroomde op naar havo 3, vervolgens ging ik nog naar havo 4, havo 4 ging voor mij te snel dus koos ik er in maart al voor dat ik het jaar opnieuw wilde doen en uiteindelijk ben ik beland in havo 5, waar ik ternauwernood mijn examens heb gehaald.

Al met al heb ik dus 6 jaar lang geleefd als een ‘normaal’ persoon. Ik sprak niet meer over mijn vorm van autisme. Met niemand niet. En als het wel ter sprake kwam, kapte ik het gesprek zo snel mogelijk af. Ik was bang voor de nare reacties, bang om ‘anders’ behandeld te worden, bang om de mensen die van mij hielden (zonder dat ik ooit tegen hen had bevestigd dat ik ASS heb) kwijt te raken. Op zich ook helemaal geen rare gedachte. Autisme wordt nog altijd als iets ‘raars’ gezien. Nog altijd wordt het stereotype beeld gezien dat je niet sociaal bent en geen inlevingsvermogen hebt. “Als je autisme hebt ben je het liefst alleen en ga je een soortgelijke studie als ICT” volgen (Als je al überhaupt al kunt studeren).

Jarenlang heb ik dus mijn autisme ontkend, ook omdat ik mijzelf niet in het plaatje herkende. Ik ben niet ‘moeders sociaalste’, maar ik heb wel degelijk inlevingsvermogen en ik ben liever met mensen samen, dan alleen. Toch, toen ik net 17 was (juni 2017) werd ik weer geconfronteerd met de keiharde waarheid. Mijn autisme is niet weg, en zal ook nooit weg gaan. Het zit hem bij mij echter niet per direct in het ‘sociale’ deel, maar meer in het plannen, overzicht bewaren en het reguleren van prikkels. Dit werd vooral duidelijk in mijn examenjaar. Ik heb nog nooit zo’n rampjaar meegemaakt als het afgelopen jaar. Naast het feit dat ik in een soort van ‘rouwproces’ zat met mijzelf (Klinkt raar, maar je belandt oprecht in een soort van rollercoaster van emoties), liep school gewoon niet zo lekker. De stof was goed te doen, maar het plannen van alle stof lukte maar niet. Het gevolg was dat ik het overzicht verloor, ontzettend veel last had van stress, vervolgens gemiddeld niet meer dan 5 uur per nacht sliep, en daardoor nóg sneller overprikkeld raakte. Aan het einde van het schooljaar was ik ruim 10 kg lichter puur door alle stress. Ik was al op voordat überhaupt de examens begonnen waren. Hoewel iedereen zei dat ik mijn examens wel zou gaan halen, wist ikzelf al maanden voordat de examens überhaupt begonnen waren dat ik het zeker niet de eerste keer zou gaan halen. Zeker niet op de manier zoals het nu ging. Niemand nam mij hierin echter serieus. ‘Ah joh, gewoon goed plannen dan komt het wel goed.’ ‘Je moet je niet zo druk maken. ‘Als ik kan slagen, dan slaag jij al helemaal!’ Nou 13 juni kwam daar dan het telefoontje: gezakt. Ik wist het al, ik was niet eens emotioneel door het nieuws. Het bleek dat ik maar 2 voldoendes had gehaald van de 7 vakken. Ik kwam niet aan het gemiddelde van een 5.5 en ik had twee vijfen in de kernvakken. Toen ze vervolgens vertelde dat ik nog een herkansing had, maakte ik een sprong van blijdschap. Ik hoefde maar een 5.6 te halen voor wiskunde. Weer moet je aan de slag, weer moet je ruim 10 dagen in spanning afwachten. Nou 29 juni kwam dan ein-de-lijk het verlossende woord. Ik was geslaagd! Mijn middelbare schooltijd zit erop. Ik ben echt oprecht nog nooit zo blij geweest als op dat moment.

Eigenlijk zijn er al een boel problemen vanzelf opgelost nu ik ben geslaagd. Ik doe een opleiding waar ik het (vooralsnog) enorm naar mijn zin heb en ik woon op kamers. Ik kan doen en laten wat ik wil en daar geniet ik ontzettend van.

Natuurlijk weet ik niet wat de toekomst mij gaat brengen. Voor nu hoop ik in de toekomst als verpleegkundige aan de slag te kunnen. Of mij dit gaat lukken en of dit een realistisch plan is, weet ik niet. Het gaat moeilijk worden en ik zal er hard voor moeten werken. Maar ik ga het in ieder geval proberen. Ik weet dat er mensen zijn die altijd van mij zullen blijven houden en altijd achter mij blijven staan, ongeacht hoe ik ben. En dit helpt mij weer om altijd door te gaan, totdat ik mijn doel heb bereikt.

Ik ben benieuwd naar de toekomst, ik kijk er naar uit!