Structuur, straffen en belonen

Hooi allemaal!

Een paar weken geleden ben ik via mijn nicht door iemand gevraagd om een keer langs te komen bij een thema-avond waarin voorlichting wordt gegeven over autisme. Eens in de zoveel tijd wordt er dan zo’n avond georganiseerd voor ouders die een kind of meerdere kinderen hebben met een vorm van autisme. Iedere keer staat er weer een ander thema centraal. Hoewel ik dit natuurlijk best wel spannend vind, gezien het feit ik nog nooit zoiets heb meegemaakt en ik ook nog niet echt veel over autisme praat in ‘real life’, heb ik hier natuurlijk geen nee tegen gezegd. Ik ben in ieder geval heel erg benieuwd naar wat er morgen allemaal gaat gebeuren. Ik denk dat het wel interessant gaat worden en dat ik hier zeker weer van kan gaan leren. Morgen staat het thema structuur, straffen en belonen op de planning en dus was het weer aan mij de taak om hier in ieder geval een stukje over te schrijven.

 

Voor veel mensen met ASS is een duidelijke structuur erg belangrijk in het leven. Het vormt de bodem om goed te kunnen functioneren in het dagelijks leven. Zonder een duidelijk structuur is het leven een puinhoop, al zeg ik het zelf.

 

Al van jongs af aan merkte men al aan mij dat ik behoefte had aan duidelijkheid en structuur. Ik wilde het liefst dat alles altijd hetzelfde was. Zo stond ik vroeger altijd om half 8 ’s ochtends op, ging ik me eerst aankleden, daarna eten (altijd twee boterhammen met hagelslag) en vervolgens naar de badkamer. Waar eerst mijn haar werd gedaan en ik tot slot mijn tanden poetste. Elke dag, keer op keer hetzelfde riedeltje. Ook op school was er altijd een bepaalde structuur. Zo had ik elke dag school tot en met 15:15 met daartussen een middagpauze van 12:00 tot 13:15 en op woensdagmiddag waren we altijd vrij. Zelfs in de volgorde van wanneer we welk vak hadden en hoelang een bepaald vak duurde zat een bepaalde structuur. En verder wist ik precies welke juf of meester ik op welke dag had en wanneer ik uit school welke activiteit had en hoe laat. Heerlijk die structuur, want op die manier wist ik precies wat er komen ging en kon ik mij daar mentaal goed op voorbereiden.

 

Toch klinkt dit allemaal makkelijker dan het daadwerkelijk was. Want wat als je ’s nachts een keer slecht sliep waardoor je amper je bed uit kon komen? Wat als de hagelslag op was en je nu ineens pindakaas op je brood kreeg? Wat als je op school aankwam en je ineens een inval juf of meester had, omdat jouw juf of meester ziek was? Daarnaast waren er ook nog externe factoren die mijn vaste structuur behoorlijk konden beïnvloeden. Geluiden van bijvoorbeeld de televisie en radio, het gedrag van mijn oudere broer en zus waar ik niet altijd op kon inspelen en waardoor ik zo nu en dan goed geïrriteerd kon raken, klasgenoten die ik maar ‘stom’ vond en waarmee ik dan moest samenwerken… Fijn hoor, die structuur! Helaas werkte het alleen niet altijd. Als het aan mij lag wel, maar er waren genoeg ‘prikkels’ van buitenaf die mijn hele structuur konden omgooien. Het ging immers anders dan dat ik in mijn hoofd had gepland.

 

Wanneer alles weer anders ging dan ik bij voorbaat had gedacht, verloor ik het overzicht en werd ik boos. Zo boos dat mijn omgeving weer de dupe werd van mijn gedrag. Ik ging schreeuwen, ging bonken, kleineerde mijn omgeving met de vreselijkste woorden en sloeg van me af. Ondanks iedereen wel wist dat ik dit allemaal niet met opzet deed, werd ik hier zeker wel voor gestraft. Dit gedrag kon en mocht echt niet. Iedere keer weer werd ik aangesproken op mijn gedrag. Moest ik excuses aanbieden en maakte ik samen met mijn ouders of mijn begeleider op school een aanpakplan wat ik zou kunnen doen als er veranderingen waren en hoe ik dan met mijn gedrag om kon gaan. Hoewel het naar mate ik ouder werd steeds beter ging, was het probleem niet met een paar keer herhalen opgelost. Alles moest net zo lang herhaald worden totdat ik leerde hoe ik mijzelf kon beheersen. Zo hadden we bijvoorbeeld een plan bedacht dat wanneer ik boos werd, ik uit mijzelf naar de aangewezen plek zou gaan lopen om rustig te worden. Dit lukte natuurlijk nooit meteen, maar eenmaal het wél lukte werd ik hier voor beloond met bijvoorbeeld een sticker die ik dan mocht plakken op een ansichtkaart. Eenmaal mijn ansichtkaart vol was (dit duurde wel een hele tijd) mocht ik wat kleins uitkiezen in bijvoorbeeld de speelgoedwinkel. Het waren nooit mega grote beloningen, maar het was voor mij een extra steuntje in de rug dat ik nodig had om mijn doelen te bereiken. Kinderen zijn al redelijk snel tevreden met wat extra’s, het hoeven geen mega grote cadeaus te zijn. Ook al denken ouders vaak dat dat de enige manier is.

 

Wanneer het niet lukte werd ik weer gestraft, vaak ook op dezelfde manier. Ik werd eerst goed aangesproken, moest mijn eventuele excuses aanbieden en vervolgens kreeg ik mijn echte straf. Ik mocht dan bijvoorbeeld minder lang computeren of ik moest een bepaalde tijd op mijn kamer zitten of ik kreeg een andere gepaste straf. Het waren altijd straffen waarvan men wist dat ik er een hekel aan had. Wat ook logisch is, anders is het geen straf.

Op deze manier wist ik wel altijd waar ik aan toe was. Ik wist wat er te wachten stond wanneer ik iets goed deed, maar ook wanneer ik iets niet goed deed. En juist door deze combinatie van straffen en belonen en het voortdurend blijven herhalen totdat het allemaal vanzelf ging, en ik er niet meer bij na hoefde te denken, heeft ervoor gezorgd dat ik een heleboel ‘fout’ gedrag heb kunnen afleren en een heleboel ‘goed’ gedrag heb kunnen aanleren. Alles wat ik aan gedrag toen destijds nog niet kon en wat mij toen destijds heel veel moeite kostte, gaat nu eigenlijk allemaal op de automatische piloot.

Het straffen en belonen heeft ervoor gezorgd dat ik nu een stevige bodem heb waar ik op kan staan. Deze bodem is zo stevig dat ik er nooit meer echt volledig doorheen zal zakken.

 

Ik hecht nog steeds wel waarde aan structuur en ongemerkt doe ik heel erg veel dingen nog altijd het liefst op dezelfde manier. Maar mochten dingen anders gaan dan gepland, word ik niet meer boos en raak ik ook niet overstuur. Ik heb de laatste jaren geleerd hoe ik daarmee om kan gaan. Ik haal een keer mijn schouders op, kras het riedeltje dat verandert door in mijn agenda of whiteboard en ik begin weer opnieuw…. Ik schrijf het makkelijker op dan dat het daadwerkelijk is. Natuurlijk ontstaat er wel een kleine kortsluiting in mijn hoofd en kan ik geïrriteerd raken omdat ik de boel weer moet omgooien, maar naast dat ik hooguit wat prikkelbaarder ben, merkt mijn omgeving dit niet tot nauwelijks aan mij. Daarna gaat het weer een hele tijd goed en dan is er weer een moment dat mijn vaste structuur wordt omgegooid en ik weer de hele boel moet doorkrassen… en daarna gaat het weer een hele tijd goed…. Dit riedeltje gaat maar door en gaat maar door en zal ook nooit overgaan. Veranderingen zijn nou eenmaal niet altijd te voorkomen.

 

5 gedachten over “Structuur, straffen en belonen

  1. Heel helder en veel herkenbaar. Onze zoon (9) zal nooit uit school komen en vertellen dat het een leuke dag was omdat er een inval-leerkracht was. Omdat het anders dan anders gaat heeft de invaller bij voorbaat al verloren. Heb je daar toevallig nog tips voor? Hoe we onze zoon daar meer op kunnen voorbereiden ondanks dat we niet weten wanneer er zomaar een invaller zal staan? Toch er veel over praten, zeker?
    Het is goed om te lezen dat het aan- en afleren van gedrag uiteindelijk wel inslijt als het maar vaak genoeg wordt herhaald, want soms denken wij als ouders wel eens dat het nooit gaat doordringen. Volhouden dus maar.
    Dat het rust geeft als een ‘straf’ steeds hetzelfde is, is iets wat wij ons nog niet hadden gerealiseerd. Je probeert een keer het een en een andere keer het ander omdat niets lijkt te werken. Maar ook hier is voorspelbaarheid dus de sleutel. Daar kunnen we het eens over gaan hebben thuis.
    Ik ben trouwens één van de ouders die bij de thema-avond was en ik vond het superstoer van je dat je er was en wat kon je alles goed duidelijk uitleggen! Heel waardevol om zo van een ervaringsdeskundige te kunnen leren. Dank je wel!

    1. Bedankt Maya! Leuk dat je er die avond was.

      Tips voor invalmeesters/juffen… Oef, ik moet zeggen dat dat bij mij op de basisschool maar een lastig iets bleef.
      Misschien kan zijn huidige juf/meester een schema opschrijven in een schriftje hoe hij/zij zijn/haar werk altijd uitvoert (in korte, duidelijke stappen) en dat dit dan ook aan uw zoon gelezen wordt.
      Wanneer er een invalmeester/juf is kan hij/zij dit schriftje gebruiken of uw zoon (als hij dit durft) zijn invalmeester/juf erop wijzen hoe hij aangestuurd moet/wil worden.
      Als school al een ruime dag van tevoren weet dat zijn huidige juf/meester er niet zal zijn, kunt u als ouders zijnde uw zoon er misschien beter op voorbereiden.
      Misschien ook door middel van tekenen? Dat er een kruis wordt gezet door de’normale’ situatie en dat er een nieuwe tekening wordt gemaakt hoe de dag mogelijk zal gaan verlopen. Dus een situatie tekenen met een andere soort juf/meester (niet met teveel details, want als u blond haar tekent en de invaljuf/meester heeft zwart haar, kan dit ook weer problemen geven). en die dan duidelijk laat zien dat sommige dingen anders zijn dan ‘normaal.’ Hierdoor kan uw zoon zich dan misschien sneller bij de situatie neerleggen als er iets mis gaat, omdat hij heeft gezien op de tekening dat het immers anders zal gaan vandaag.
      Als school dit ook pas weet vanaf die ochtend vanwege bijv. i.v.m ziekte. Is het misschien mogelijk om met school af te spreken dat school u zo snel mogelijk, voor de school begint informeert (gewoon kort, via de mail). Zodat u mogelijk uw zoon ’s ochtends nog kunt voorbereiden. Dit is echter wel lastiger, omdat het dan ook kan zijn dat uw zoon bij voorbaat al aangeeft dat hij niet naar school wil gaan…
      Hopelijk heeft u hier iets aan.
      Ik zal nog verder proberen te brainstormen naar mogelijke andere oplossingen.

      1. Bedankt voor de tips! Ik zal kijken wat de leerkracht hierin voor ons kan betekenen. En anders is dit inderdaad maar iets wat lastig blijft. Zo vaak komt het hopelijk niet voor. Ik ben wel alvast benieuwd hoe hij dat in het voortgezet onderwijs gaat trekken, met elk uur een andere docent voor de klas. Nog maar even niet aan denken. 😉

        1. Haha, daar zal ik nog niet teveel bij na gaan denken.
          Invaljuffen/meesters waren bij mij bijna altijd een ramp tot en met het einde van groep 8 (mijn hele basisschooltijd).
          Ze zeiden tegen mij ook:’Straks op het voortgezet onderwijs heb je elk uur een andere docent.’
          Bij mij heeft dit echter nooit voor problemen gezorgd. Mijn wiskunde docent was immers altijd hetzelfde, datzelfde gold bij mijn andere vakken.
          Was een docent ziek? Nou, dan viel dat uur mooi uit (op een paar hele kleine uitzonderingen na) en dan waren we eerder vrij.
          Wat ik hier mee probeer te zeggen is dat iets wat nu lastig is, zeker niet zo hoeft te zijn in de toekomst.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *